
Niets blijft ons bespaard. De broek die hij aanhad toen-ie ergens was en de blikopener die hij had in de jungle.
De vijand is laf, misdadig, vermoordt, onderdrukt. Het volk is heldhaftig, onschuldig, lijdt en wordt uitgeknepen. De revolutionairs zijn martelaars, redders, helden. Amerikanen zijn imperialisten op Cuba, Cubaanse troepen zijn bevrijders in Angola, vanwaar ze en passant de apartheid in Zuid-Afrika om zeep helpen.
Gemeentelijke en staatsgebouwen zijn opgeknapt. Alle andere op sterven na dood. Zwerven door de vuile straten, langs afbrokkelende gevels, maakt me depressief. Ik wuif vervelende maar ondernemende hustlers weg, durf gitarende en zingende jongens niet aan te kijken omdat ze dan geld willen. Speciaal voor mij verkrachten ze Yesterday in een lounge-Gipsy King uitvoering, daarna gelukkig weer meerstemmige Latin. Is Yesterday voor hen de tijd voor Fidel, of juist de tijd ná Fidel, wellicht nog onzekerder. De Beatles mochten Cuba niet in, nu is Lennon een held van de revolutie. En probeer de melancholie maar eens uit Spaanse meerstemmige gitaarmuziek te halen. Corazon, amor, madrugada, estrellas, godvergeten onmogelijk om daar een dijenkletser van te componeren.
Ik zit 1 hoog aan de Malecon, de zee kabbelt zonder wit. Jongens zwemmen op een opgeblazen binnenband. Nu is het nog spelen. Wanneer gaan de stoute schoenen aan?
Het eiland houdt 10 meter na de boulevard op. Geen strand, een soort ruwe betonnerige rotsen waarop je niet kan liggen en die het einde van het land onverbiddelijk markeren. De zee erachter ligt er zonder enige onstuimigheid, alsof ze het eiland geen branding gunt. Dit zou maar haar bestaan bevestigen.
De drie jongens spelen maar door. Echt passievol is het niet, pas als er potentiële klanten langs de Malecon slenteren, sissen ze “fuera, fuera”, en draaien gedrieën naar de boulevard om de voorbijgangers naar binnen te lokken. Ik zie de Oost-Indische doofheid die ik mezelf ook heb aangemeten en die nu van de andere kant bekeken zeer hautain overkomt. Natuurlijk wordt ik getild bij de rekening. Er worden aan alle kanten peso’s bijgepingeld, maar wat moet je ook? Het vooruitzicht is hier zo oninteressant als de zee. Elke CUC is er één. En als je ouders of kinderen hebt is een autoband geen optie.
Iedereen heeft ouders.
De vijand is laf, misdadig, vermoordt, onderdrukt. Het volk is heldhaftig, onschuldig, lijdt en wordt uitgeknepen. De revolutionairs zijn martelaars, redders, helden. Amerikanen zijn imperialisten op Cuba, Cubaanse troepen zijn bevrijders in Angola, vanwaar ze en passant de apartheid in Zuid-Afrika om zeep helpen.
Gemeentelijke en staatsgebouwen zijn opgeknapt. Alle andere op sterven na dood. Zwerven door de vuile straten, langs afbrokkelende gevels, maakt me depressief. Ik wuif vervelende maar ondernemende hustlers weg, durf gitarende en zingende jongens niet aan te kijken omdat ze dan geld willen. Speciaal voor mij verkrachten ze Yesterday in een lounge-Gipsy King uitvoering, daarna gelukkig weer meerstemmige Latin. Is Yesterday voor hen de tijd voor Fidel, of juist de tijd ná Fidel, wellicht nog onzekerder. De Beatles mochten Cuba niet in, nu is Lennon een held van de revolutie. En probeer de melancholie maar eens uit Spaanse meerstemmige gitaarmuziek te halen. Corazon, amor, madrugada, estrellas, godvergeten onmogelijk om daar een dijenkletser van te componeren.
Ik zit 1 hoog aan de Malecon, de zee kabbelt zonder wit. Jongens zwemmen op een opgeblazen binnenband. Nu is het nog spelen. Wanneer gaan de stoute schoenen aan?
Het eiland houdt 10 meter na de boulevard op. Geen strand, een soort ruwe betonnerige rotsen waarop je niet kan liggen en die het einde van het land onverbiddelijk markeren. De zee erachter ligt er zonder enige onstuimigheid, alsof ze het eiland geen branding gunt. Dit zou maar haar bestaan bevestigen.
De drie jongens spelen maar door. Echt passievol is het niet, pas als er potentiële klanten langs de Malecon slenteren, sissen ze “fuera, fuera”, en draaien gedrieën naar de boulevard om de voorbijgangers naar binnen te lokken. Ik zie de Oost-Indische doofheid die ik mezelf ook heb aangemeten en die nu van de andere kant bekeken zeer hautain overkomt. Natuurlijk wordt ik getild bij de rekening. Er worden aan alle kanten peso’s bijgepingeld, maar wat moet je ook? Het vooruitzicht is hier zo oninteressant als de zee. Elke CUC is er één. En als je ouders of kinderen hebt is een autoband geen optie.
Iedereen heeft ouders.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten